Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

73. Joseph Mous
74. Jacques Mels
75. P.N. van de Wall Perné
76. Liesbeth Rahder
77. Willy Sluiter
78. Fred Sieger
79. Ciano Siewert
80. Harrie Lenferink
81. F.A. van Oostveen
82. Willy Fleur
83. Anton Heyboer
84. Bart de Graaf


'Nettenboetster',
Aquarel, 23,5 x 30 cm,
Gesigneerd: r.o. 'cees bolding'
Cees Bolding (1897-1979)

In de derde wereld zie je nog steeds, dat vissersvrouwen kapotte netten handmatig repareren, oftewel boeten. Dit oude ambacht wordt bij ons vrijwel uitsluitend nog als attractie tijdens vlaggetjesdag in Scheveningen beoefend. Heel wat kunstenaars raakten er destijds door geboeid en hebben dit tafereel geschilderd.

Cornelis (Cees) Bolding krijgt een degelijke opleiding aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid Quellinus te Amsterdam en aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam (van 1915 tot 1921) met onder meer docenten als Nicolaas van der Waay en Meta Cohen Gosschalk. Door Pieter Scheen wordt hij een veelzijdig begaafd kunstenaar genoemd: hij schildert, aquarelleert, tekent, etst, maakt houtsnedes en lithografeert. Voor zijn werk krijgt hij verschillende prijzen, zoals de Koninklijke Subsidie (drie keer), de Johan Cohen Gosschalkprijs (in 1919), de Willink van Collenprijs (drie keer) en de Prix de Rome (zilveren medaille).

Tot 1918 woont Bolding in zijn geboorteplaats Wormerveer. Financiële ondersteuning voor zijn kunstopleiding ontvangt hij van het lokale Adriaan van Vleutenfonds. Als dank geeft hij, als kunstenaar en leraar eenmaal gesetteld, het schilderij 'De nachtploeg' aan de gemeente Wormerveer. Via Urk gaat hij naar Amsterdam om er, tot 1921, les te geven aan het Rijksinstituut opleiding Tekenleraren. Vervolgens verhuist hij naar Den Haag, waar hij docent schilderen en later adjunct-directeur wordt aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst.

Bolding is lid van een hele reeks kunstenaarsorganisaties, zoals de Haagse Aquarellisten, de Vereniging van Zeeschilders, Pulchri Studio, St. Lucas, Arti et Amicitiae, Maatschappij Rembrandt en de Vereniging tot bevordering van de Grafische Kunst 'De Grafische'.
Verschillende musea hebben werken van hem, waaronder het Haags Gemeentemuseum, het Rijksprentenkabinet te Amsterdam, het Van Abbemuseum in Eindhoven, het Stedelijk Museum in Schiedam, het Gemeentemuseum Arnhem, het Singer Museum te Laren (NH) en de Rijkscollectie Den Haag.

Gedurende 25 jaar (van 1944 tot 1969) woont en werkt Cees Bolding in Scheveningen waar hij met een zekere regelmaat nettenboetsters heeft geschilderd, meestal in olieverf en met meerdere personen bij elkaar op een nettenboetsersveld achter de duinen. Onze 'Nettenboetster' is dan ook zonder twijfel een Scheveningse, die de kunstenaar in mooie, heldere kleuren, lekker losjes tussen het helmgras, met waterverf op papier heeft gezet.