Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

145. Paula Thies
146. Elli Slegten
147. Bep van Beek
148. Jan Homan
149. Annica Koot
150. Paul Hugo ten Hoopen
151. Gert Hendriksen
152. Dick Haakman
153. Jan van Kempen
154. Jetty Homan
155. W. Hüliam
156. Max Rädecker


'Portret van dienstmeisje', 1903
Olieverf op doek op paneel, 59,5 x 49,5 cm
Gesigneerd: r.o. 'a.v.houten 1903'
Alida van Houten (1868-1960)

Alida van Houten komt uit een artistieke, Groningse familie. Haar tante Sientje (die huwde met de zeeschilder Hendrik Willem Mesdag), haar nichtjes Anna en Barbara en haar broer Gerrit zijn allen professioneel kunstenaar en haar vader Hindrik, houthandelaar aan het Damsterdiep, is amateur-tekenaar. Broer Gerrit is maar tien jaar actief kunstenaar geweest, omdat een geestesziekte hem het schilderen onmogelijk maakte. Te zijner nagedachtenis is de Gerrit van Houten Stichting opgericht, die kunstwerken van hem exposeert in de Fraeylemaborg in Slochteren en onder meer ook om de vijf jaar de Gerrit van Houten Prijs (van 5000 euro) uitreikt aan een talentvolle kunstenaar. Nichtje Barbara verhuist op 7-jarige leeftijd naar Den Haag, waar haar vader Samuel van Houten (1837-1930) kamerlid en later minister wordt. Alida maakt deel uit van een hecht gezin, waarvan vier van de zes kinderen - zij het met onderbrekingen - tot hun dood in hun geboortehuis wonen.

Na de lagere school en de 5-jarige middelbare school voor meisjes, waarin Alida uitmunt in tekenen, gaat ze op 17-jarige leeftijd naar de Academie Minerva. Het overlijden van haar vader en de problemen met haar broer Gerrit noodzaken haar om een beroep te leren en ze pakt haar pianolessen weer op. In 1988 slaagt ze voor het piano-examen van de Nederlandse toonkunstenaarsvereniging en de volgende jaren geeft ze les aan verschillende leerlingen.

Als haar gezondheid te wensen overlaat gaat ze 'ter verpozing' meer tekenen en komt er toe om op 28-jarige leeftijd 's morgens weer naar de Academie Minerva te gaan. Ze krijgt o.a. les van F.G.W. Oldewelt en D. de Vries Lam en voltooit de opleiding in 1904. Bij het honderdjarig bestaan van de academie in 1897 ontvangt Alida de zilveren medaille in de damesklasse. Kunsthistorica Hanna Klarenbeek schrijft in haar dissertatie 'Penseelprinsessen & broodschilderessen, Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913', dat de Groningse academie maar enkele bekende kunstenaressen heeft opgeleid, waaronder Alida van Houten.

De kunstenares schildert in olieverf portretten, landschappen en stillevens en wordt lid van het Kunstlievend Genootschap Pictura in Groningen en van de Amsterdamse verenigingen Arti et Amicitiae en Sint Lucas. Ze exposeert met succes in 1908 bij de firma Scholtens, in 1909 in de Larense Kunsthandel te Amsterdam en in de Pulchri Studio te 's-Gravenhage. In 1911 stelt ze samen met Hart Nibbrig in de grote zaal van het Groninger Museum tentoon. Dat is een zeer groot succes: vrijwel alle werken worden verkocht. Ze wordt echter opnieuw geremd door haar zwakke gezondheid. Pas in 1952 (op 85-jarige leeftijd) komt de monografie over haar uit, geschreven door Ir. G. Knuttel.

Dit olieverfportret in originele lijst toont een jong, onbevangen dienstmeisje, dat verwachtingsvol het leven tegemoet ziet. Het is een vroeg, ontroerend werk, dat de sfeer van een vervlogen tijdperk prachtig weergeeft.