Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

73. Joseph Mous
74. Jacques Mels
75. P.N. van de Wall Perné
76. Liesbeth Rahder
77. Willy Sluiter
78. Fred Sieger
79. Ciano Siewert
80. Harrie Lenferink
81. F.A. van Oostveen
82. Willy Fleur
83. Anton Heyboer
84. Bart de Graaf


'Atelier', 1956
Aquarel, 50 x 60 cm,
Gesigneerd: r.o. 'de kat 56'
Otto B. de Kat (1907-1995)

"De Kat is een 'intimist' in heel zijn persoonlijkheid, gericht op de kleine, intieme wereld om zich heen, van de landschappen dicht bij huis tot de interieurs, de naaste figuren in zijn binnenruimten, de vertrouwde dingen van zijn stillevens." Dat schrijft Hans Redeker in de monografie uit 1984. Zelf vindt Otto de Kat ook dat 'een aquarel maken een sterke binding heeft met intimiteit, met het weergeven van kleine dagelijkse dingen' zo is te lezen in het boek 'Jeanne Bieruma Oosting, een overzicht' (1988). Dat De Kat zich zeer aangetrokken voelt tot de aquarelleertechniek en daar ook goed in is blijkt wel uit het feit dat hij, samen met Kees Verwey, de Hollandse Aquarellisten Kring opricht en in 1956 de aquarelprijs van het Prins Bernardfonds krijgt. Ook deze aquarel - een intiem en intrigerend atelierbeeld - getuigt daar van.

Otto Boudewijn de Kat is in Dordrecht geboren. Zijn vader, Otto Boudewijn de Kat van Bleiswijk (1875-1922), is bankier en zijn moeder, Jacoba Maria Henriëtte Johanna van Leeuwen Boomkamp (1876-1967), komt uit een welgestelde koopmansfamilie. Vader Otto laat in 1906 een monumentaal huis bouwen aan de Wolweverhaven 22 (thans rijksmonument) en een groot bankgebouw aan de Wijnstraat 239 in Dordrecht. Als zijn firma in 1908 failliet gaat verhuist de familie naar Haarlem. Daar studeert Otto junior aan de school voor bouwkunst. Later volgt hij de avondopleiding aan de academies te Amsterdam en Brussel en trekt in 1928 naar Parijs. Terug in Haarlem wordt hij lid van de kunstenaarsvereniging 'De onafhankelijken', neemt les bij Henri Boot en trouwt met de dichteres Johanna Maria Janetta (Hans) van Zijl. Ze gaan in Overveen wonen, maar verblijven vaak in Rome, Brussel, Parijs, Zuid Frankrijk of Denemarken. Na dertig jaar huwelijk verlaat Otto in 1961 zijn echtgenote en trouwt het jaar erop in Londen met de Deense Dora Dahl-Madsen. Hij koopt een boerderij in Frankrijk, maar werkt tussendoor regelmatig in Amsterdam. Na een hersenbloeding in 1987, gaat zijn gezondheid achteruit en verhuist het echtpaar naar Twisk (NH).

De schilder, aquarellist, graficus en beeldhouwer is jarenlang secretaris (met Godfried Bomans als voorzitter) van de Sociëteit Teisterbant, secretaris van de Hollandse Aquarellisten Kring en voorzitter van Arti et Amicitiae. Hij schrijft kunstkritieken, werkt als hoogleraar aan de Rijksacademie en is medeinitiatiefnemer van het Henriëtte Polakmuseum in Zutphen. De Otto B. de Katstichting blijft zijn oeuvre koesteren.