Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

109. Helen Martina
110. Chris Soer
111. Ada Stel
112. F.A. Mooy
113. Nico van Rijn
114. Jack Jefferys
115. Laetitia de Haas
116. Willem van den Berg
117. Aris Knikker
118. Herman Bieling
119. János Bittenbinder
120. Cornelis Vreedenburgh


'Drentsche boerenhoeve', 1926,
Crayon op papier, 42 x 47 cm,
Gesigneerd: l.o.'a.w.kort 26'
Arnold Willem Kort (1881-1972)

In de tijd dat de leden van de Groninger kunstkring De Ploeg met veel expansief, kleurrijk tumult van zich laten horen, volgt Arnold Willem Kort kalm een eigen koers. Kunsthistorici onderscheiden in zijn ontwikkeling drie perioden.
De eerste periode omvat tekeningen, pastels en aquarellen gemaakt in de Hortus Botanicus in Haren. 'De lichte sluiering, die over vele van deze werken hangt, schijnt nog als een ochtendnevel te verbergen wat de volle dag ons schenken zal. Een kleine vijver ligt te droomen onder 't ijle wilgengroen (...)', aldus G. H. Streurman in A.W. Kort, een belangwekkend schilder (Elsevier 1938).

In de tweede periode verlaat de schilder de intimiteit van de Hortus en zoekt zijn heil bij de 'ruige, verweerde hoeven en schuren in het weidsche, diep kleurige land van Drenthe (...). De hevigheid, waarmee deze groote schilderijen en tekeningen ontstaan zijn, niet zelden met krijt, pastel en waterverf dooreengewerkt, doet denken aan een wat late Sturm und Drang, maar zonder de teugelloosheid, die hiervan zoo dikwijls een kenmerk is, want achter deze schijnbaar toevallige grijze vegen met geheimzinnige donkerten en warm gloeiende kleurvlekken (…) schuilt een weldadig, rhytmisch, zuiverbeheerscht evenwicht.' In deze beschrijving herkennen wij onze 'Drentsche boerenhoeve' uit 1926.

In de derde periode keren zijn fijne potloodtekeningen van planten en bloemen terug. 'Het is alles zóó decent, zóó stil en zóó eenvoudig, zóó wars van alle zinsbegoocheling en buitennissigheden, dat ik slechts één woord ken (...): devotie.' Fréderique van der Palm (2008) vult aan: 'Hoewel de schilder zijn leven lang bleef uitgaan van de werkelijkheid, liet hij de vormen in zijn werk uiteindelijk zo vervagen dat ze de materie lijken te ontstijgen en je van droombeelden zou kunnen spreken.'

Opgeleid aan de Kunstnijverheidsschool te Haarlem krijgt Kort in 1901 een baan bij de meubelfabriek van de fa. J.H. Huizinga in Groningen. 's Avonds studeert hij aan de Academie Minerva en van 1908 tot 1946 is hij er docent decoratief tekenen, batikken, lithograferen, houtsnijden en glasschilderen. Kort verzamelt oriëntaalse voorwerpen, vroege Chinese keramiek en Japanse prenten en schildert en tekent veel. Zo maakt hij schilderingen in de stations van Hengelo (O), Roosendaal en Baarle-Nassau. Na zijn pensionering leidt hij een teruggetrokken bestaan. Zijn afkeer van openbaarheid uit zich in de neiging om eigen werk na verloop van tijd te vernietigen. Een tentoonstelling over de fascinerende evolutie in het werk van deze vrijwel onopgemerkt gebleven kunstenaar komt er pas na zijn dood.