Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

37. Johan Kiesewetter
38. Douwe Elias
39. Branko Lavaleije
40. Evert Musch
41. David Oyens
42. Joost Doornik
43. Ferdinand Boersma
44. Kees van Bohemen
45. Hilda Blom
46. Irène Battaille
47. Jan te Wierik
48. Harm Kamerlingh Onnes


'De Stroosnyder', ca. 1900,
Olieverf op doek, 40 x 30 cm,
Gesigneerd: r.o. 'h.teixeira de mattos'
Henri Teixeira de Mattos (1856-1908)

Als telg uit een bankiersfamilie treedt Joseph Henri Teixeira de Mattos op 16-jarige leeftijd in dienst bij de Amsterdamse Bank. Echter, het boetseren met zegellak schenkt hem, volgens de overlevering, meer voldoening dan de normale werkzaamheden en na anderhalf jaar houdt hij het bankwezen voor gezien. Hij gaat schilderkunst studeren aan de Rijksacademie, maar stapt later over naar de richting beeldhouwen. Hij blijkt de enige leerling en heeft een heel klaslokaal tot zijn beschikking. Daar de noodzakelijke hulpmiddelen en begeleiding er niet zijn, doet hij van lieverlee veelal mee met de studenten uit de schilder- en tekenklas.

Om ervaring op te doen in het werken met marmer gaat hij naar Rome (1879 tot 1881). Aangezien hij op de Academie aldaar weer met de eerste beginselen van het beeldhouwen moet beginnen, gaat hij uit een soort verveling marmeren figuurtjes maken. Die worden, tot zijn eigen verbazing, een commercieel succes. De progressie in zijn vak mist hij echter en dus keert hij terug naar Nederland, waar hij in 1885 de akte M.O.-tekenen haalt.

In de 'Art of Henri Teixeira de Mattos' uit 1906 schrijft Haldane Macfall dat de kunstenaar deelneemt aan de Amsterdamse Expositie van 1886 met 'The Slave Gin', een levensgroot naakt in gips. Prompt krijgt hij de opdracht om het in marmer te beeldhouwen. Hetzelfde gebeurt drie jaar later met het gipsmodel 'Neger aangevallen door een panter', dat wordt gekocht door een Engelse verzamelaar, die het later overdoet aan de London Zoo.

Van 1891 tot 1899 woont en werkt hij in Londen, legt zich toe op het uitbeelden van wilde dieren en bezoekt daartoe Artis in Amsterdam en de Zoo in Londen. Hij neemt er deel aan verschillende exposities, doch keert vlak voor de eeuwwisseling terug naar zijn geboorteland, gaat in Den Haag wonen en maakt er o.a. modellen voor een plateelfabriek. Ook gaat hij meer schilderen en aquarelleren, met name sfeervolle interieurs met figuren, zoals dit werk. Ons fascineert het licht: soms lijkt het alsof de strosnijdster helemaal in het donker bezig is, dan brengt het (zon)licht haar ineens helder te voorschijn, alsof er eerst een gordijn moet worden weggetrokken om de intieme, stemmingsvolle bezigheid te mogen aanschouwen.