Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

145. Paula Thies
146. Elli Slegten
147. Bep van Beek
148. Jan Homan
149. Annica Koot
150. Paul Hugo ten Hoopen
151. Gert Hendriksen
152. Dick Haakman
153. Jan van Kempen
154. Jetty Homan
155. W. Hüliam
156. Max Rädecker


'Citroenen op tazza aan Middellandse zee' (ca. 1964),
Gouache, 48 x 62 cm,
Gesigneerd: l.o. 'max rädecker'
Max Rädecker (1914-1987)

De in Amsterdam geboren Max Rädecker komt uit een kunstenaarsfamilie. Zijn vader Willem is beeldhouwer, meubelontwerper en maker van sieraardewerk. Zijn oom John en diens zoon Han, alsmede zijn oom Anton zijn beeldhouwers. Max' broer Jan is kunstschilder en zijn zoon Marnix is beeldhouwer. Oom John, die ook schildert, is onder meer de schepper van het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam; diens achterkleinzoon Michael Rädecker is internationaal doorgebroken.

Max brengt het grootste deel van zijn leven in Frankrijk door. Tot ongeveer 1935 is hij lid van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars De Onafhankelijken te Amsterdam en exposeert in groepsverband in het Stedelijk Museum. In 1933 heeft hij een solotentoonstelling in de Kunstzalen A. Vecht in de hoofdstad. Veel later, namelijk in 1980, exposeert hij in de New Style Gallery in Den Haag en twee jaar daarna in het Congresgebouw in die stad. Eerder, in 1970, krijgt hij opdracht om samen met Cobra-schilder Karel Appel vier grote wandschilderingen te maken voor het Congresgebouw. Bij de reparatie van beschadigingen, een jaar na de voltooiing, valt de kunstenaar van een steiger en kan twee jaar niet werken.

Tien jaar na Max' overlijden ontdekt zijn weduwe, Françoise Rädecker-Cammat, dat alle wandschilderingen verdwenen zijn. Nadat de familie Rädecker de directie per brief om opheldering vraagt, maar daar geen bevredigend antwoord op krijgt, eist ze in 1999 via de rechter dat de weggestucte kunstwerken worden hersteld. Zoon Marnix destijds tegen een verslaggever van NRC Handelsblad: "Als de huidige directie de schilderingen werkelijk zó lelijk vond, hadden ze er ook iets overheen kunnen hangen. Kunst die uit de mode raakt kan altijd weer terugkomen." Deze rechtszaak speelt tot op heden een rol in de jurisprudentie omtrent de aantastbaarheid van aan gebouwen verbonden kunst.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog leert Max in Parijs zijn vrouw kennen. Hij raakt er bevriend met Zadkine, Chagall en Archipenko. De kunstenaar maakt vooral gouaches en olieverven van landschappen en stillevens, die op het laatst van zijn leven steeds abstracter worden, mede onder invloed van zijn vrienden. In Nederland wordt zijn werk gekocht door particulieren, enkele grote bedrijven zoals Shell en Gasunie en door het Centraal Museum in Utrecht en het Stedelijk Van Abbemuseum. Tot aan zijn overlijden woont Max grotendeels in het kasteel van Chautac in de regio Poitou-Charentes (Limousin).

Deze in zuidelijke kleuren geschilderde gouache, die herinnert aan eeuwenoude stillevens met citroenen en tazza's, brengt de zorgeloze, zonovergoten, mediterrane sfeer in huis. Prachtig!