Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

73. Joseph Mous
74. Jacques Mels
75. P.N. van de Wall Perné
76. Liesbeth Rahder
77. Willy Sluiter
78. Fred Sieger
79. Ciano Siewert
80. Harrie Lenferink
81. F.A. van Oostveen
82. Willy Fleur
83. Anton Heyboer
84. Bart de Graaf


'Bruggetje te Giethoorn', ca. 1925
Olieverf op linnen op paneel, 30 x 50 cm,
Gesigneerd: l.o. 'a.segaar'
Bram Segaar (1888-1962)

Zo’n prachtige, rustige herfstdag. De zon schemert door het bonte bladerdak en weerspiegelt zijn warme kleuren in het water. Bijna kun je de vochtige aarde ruiken. Op dit door Abraham ('Bram') Segaar zo sfeervol geschilderde tafereel is een van de bijna 200 typisch Giethoornse loopbruggetjes, nodig om de op eilandjes gebouwde huizen en hoeves te bereiken, afgebeeld. Giethoorn, ook wel het ‘Venetië van het noorden’ genoemd en tot 1973 een zelfstandige gemeente, ligt in de kop van Overijssel, midden in een uitgestrekt plassengebied dat in de loop der eeuwen door veenafgraving is ontstaan. Behalve voor Bram Segaar is deze streek attractief voor kunstenaars als Cornelis Vreedenburgh, Willen Bastiaan Tholen en Gerbrand Frederik van Schagen, die er voor kortere of langere tijd verblijven. Piet Zwiers vestigt zich er zelfs permanent. Allemaal hebben ze talloze pittoreske plekjes op hun doeken vastgelegd. En ongetwijfeld hebben ze zich, tussen het schilderen door, verpoosd in café Fanfare, bekend van de film van Bert Haanstra, en in Geertien, een kroeg in het enkele kilometers verderop liggende Muggenbeet, destijds de ontmoetingsplaats van vissers, rietsnijders en turfstekers.

Volgens de kunstenaarsencyclopedie van Pieter Scheen schildert, aquarelleert, tekent en etst Segaar vooral landschappen (speciaal waterpartijen en plasgezichten) in naturalistisch-figuratieve trant en daarnaast stillevens, bloemen en mensen. Ook maakt hij linoleumsnedes.
De kunstenaar is in Leiden geboren en overleden, maar woont en werkt tussentijds in tal van andere plaatsen, zoals in Laren (1910-1911), Blaricum (1912), Veere (1913), Brugge (1914), Leiden en De Kaag (1915-1921) en vanaf 1922 in Nieuwkoop. Hij wordt ook wel 'de schilder van de Nieuwkoopse plassen' genoemd.

Wat zijn opleiding betreft: hij studeert van 1903 tot 1907 bij het genootschap Mathesis Scientiarum Genetrix te Leiden en van 1907 tot 1910 aan de Vrije Academie aldaar. Vervolgens neemt hij les bij Willem van der Nat, Floris Verveer, Willem Cornelis Adrianus Ridderhof en van 1910 tot 1913 in Laren (NH) bij Heinrich Martin Krabbé. Twee keer, in 1910 en 1911, krijgt Segaar de koninklijke subsidie voor de schilderkunst. Op zijn beurt geeft hij adviezen aan o.a. Dirk Twaalfhoven. Bij verschillende kunstenaarsverenigingen staat hij bekend als een enthousiast lid. Het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden heeft diverse werken van hem aangekocht.