Kunstaankopen, kunstbehoud, monografieën, exposities
Frans & Kapma Foundation

Galerij

Er is zoveel geweldige kunst! Kunst die gedachten laat dwalen, emoties oproept en
nieuwsgierig maakt naar de verhalen erachter.
Een kleine impressie van kunst die ons raakt!

Maak kennis met de kunstenaars, vertegenwoordigd in de FRANS & KAPMA COLLECTIE.

145. Paula Thies
146. Elli Slegten
147. Bep van Beek
148. Jan Homan
149. Annica Koot
150. Paul Hugo ten Hoopen
151. Gert Hendriksen
152. Dick Haakman
153. Jan van Kempen
154. Jetty Homan
155. W. Hüliam
156. Max Rädecker


'Personages op parkbank', ca. 1947
Gouache, 27 x 35 cm,
Gesigneerd: r.o. 'a.vanderlick'
Armand Vanderlick (1897-1985)

De Belgische schilder Armand Vanderlick wordt pas op latere leeftijd door het koperspubliek ontdekt. Wel zijn kunstenaars als Edgard Tijtgat, Jean Brusselmans en Gustave De Smet altijd vol lof geweest over zijn werk, evenals recensenten, maar tijdens zijn exposities in onder meer Brussel (1929) en Gent (1930) verkoopt Vanderlick weinig. "Ik heb tot mijn 67e jaar moeten wachten om waardering te vinden (…). En dat is mijn conclusie: waar ge ook woont, als ge iets maakt dat goed is, breekt ge toch vroeg of laat door", aldus de kunstenaar tijdens een aan hem gewijde tv-uitzending in 1969.

Armand Jozef Vanderlick wordt op 26 juni 1897 te Sint-Jans-Molenbeek geboren. Al jong wil hij schilder worden, maar dat ziet zijn vader niet zitten, want 'een schilder is een hongerlijder'. Hij gaat daarom naar de Nijverheidsschool in Brussel om technicus te worden, maar studeert gelijktijdig aan de Academie van Brussel. Vanderlick wordt later drie dagen per week vertegenwoordiger, waardoor hij een inkomen heeft en de overige dagen kan schilderen. In 1937 exposeert hij, o.a. met Willem Paerels, bij Kunst van Heden in Antwerpen, waarvan hij ook lid wordt.

Op zeker moment stopt hij echter met exposeren, omdat het hem 'alleen maar geld kost' en trekt zich terug. Vrienden halen hem tenslotte over om toch weer te exposeren. In 1954 komt er een retrospectieve in het Paleis van Schone Kunsten in Brussel, maar pas in de zestiger jaren, tijdens een expositie in de zaal van het Comité voor Artistieke Werking (C.A.W.) in Antwerpen, krijgt hij de lang ontbeerde belangstelling en begint een 'zegetocht' van tentoonstellingen in Antwerpen (1962), Oostende (1963), Antwerpen en Brussel (1966), Lokeren en Knokke (1968), Museum van Gent (1969), Aalst, Mechelen en Tielt (1970), Hasselt, St-Niklaas, St-Martens-Latem en Brugge (1971). "Ineens kopen belangrijke mensen van musea werk van mij."

Albert van Hoogenbemt schrijft in De Vlaamse Gids in 1962: "Al zijn doeken vertonen het innerlijk gelaat van de schilder. Een man die, hoe technisch ook begaafd en getraind, met artistieke middelen iets kinderlijk-naïefs bekoorlijk in zijn schilderijen legt. En aldus ons van het leven vertelt wat de meesten van ons spijtig genoeg hebben verloren.
Voor hem blijft de nachtegaal fluiten (…)." R.H. Marijnissen vindt in De Standaard in 1967: "Het is Vanderlicks verdienste dat hij zingt zoals hij gebekt is." En Paul Caso in Le Soir in hetzelfde jaar: "Armand Vanderlick is een van onze grote levende schilders." In 1969 jubelt Jan Piet Ballegeer in De Financieel Ekonomische Tijd: "Door zijn persoonlijke boodschap behoort Armand Vanderlick zeker tot de belangrijkste kunstenaars van zijn generatie."

De kunstenaarsencyclopedieën van Bénézit en Piron geven ruime informatie over Vanderlick. Musée d’Art Moderne (PMMK) te Oostende organiseert in 1998 een grote oeuvre-tentoonstelling. De musea van Antwerpen, Gent, Deinze, Luik, Oostende en Brugge bezitten werk van hem. De aantrekkingskracht zit hem, wat ons betreft, in de rustige eenvoud en het intrigerende beeld: zijn het twee vreemden die toevallig op dezelfde parkbank zijn gaan zitten of is het een echtpaar, dat elkaar ook zonder woorden begrijpt... Vanderlick heeft een zeer herkenbare, eigen stijl. Verwantschap met andere kunstenaars ontkent hij: "Ik ben een alleenloper en werk zoals ik denk dat het moet zijn."